Contact
Van Vollenhovenkade 17
2313 GG Leiden
071-5141777
 

De kleutergroepen

Algemene informatie

Op de Lorentzschool hebben we heterogene groepen in de onderbouw. Dit wil zeggen dat de kinderen van  groep 1 en 2 bij elkaar in de groep zitten.

We werken met thema's. Behalve vaste thema's als "herfst", "Sinterklaas", "Kerst", etc, komen  er ook steeds wisselde thema's aan de orde. Aan het eind van het schooljaar wordt er een thema gekozen dat ook centraal staat in het "Pleinfeest" voor de kleuters.

Afgelopen jaar was het slotthema "Indianen".

Klik hier >>> voor een filmpje van de ouderband o.l.v. meester Hendrik, die altijd zorgt voor de muzikale omlijsting. 

 

 

Cito

toetsen Taal en Ordenen en de kleuterobservatielijst.

In november en in mei wordt er getoetst in de kleuterklassen. Wij hanteren het leerlingvolgsysteem van CITO. Voor kleuters zijn er door CITO speciale toetsen ontwikkeld, waarvan wij er twee gebruiken: eentje voor taal en eentje voor rekenen. Er bestaat ook de mogelijkheid om digitaal te toetsen.

De kleuterobservatielijst wordt door de leerkracht ingevuld en volgt de sociaal/emotionele ontwikkeling van de kinderen.

 

 

Ouderavonden

Er zijn verschillende ouderavonden.

Aan het begin van het nieuwe schooljaar organiseren we altijd een algemene informatieavond. Op deze avond geven de leerkrachten allerlei  informatie over de groep zoals de dagindeling, het werken in hoeken, het leerlingvolgsysteem, het zelfstandig werken in de groepen 1/2 en allerlei nuttige mededelingen en regels van de klas.

Twee keer per jaar (in november en maart) zijn er individuele ouderavonden met gesprekken over het eigen kind.

Ieder schooljaar organiseert de ouderraad een thema-avond. Er komen allerlei interessante onderwerpen aan de orde. Alle ouders worden middels een aankondiging die overal in de school hangt uitgenodigd om deze avond bij te wonen.

 

 

De dagindeling.

Een voorbeeld van een dagje in een kleutergroep.

We beginnen de dag in de kring. Om 8.30 uur gaat de deur open en de ouders hebben dan een kwartier om de kinderen te brengen, eventueel een boekje te lezen samen met het kind en voor een korte mededeling aan de juf of meester. Daarna worden de namen gelezen en de bofkinderen uitgekozen.

De volgende activiteiten doen we in de kring:

Kringgesprekken over diverse onderwerpen die bij de beleveniswereld van het kind passen, over het weekend, over de thema's waarover we werken etc. We vieren de verjaardagen van de kinderen in de kring. De juffen en meester vertellen en lezen voor in de kring, er worden liedjes gezongen, taalspelletjes en rekenspelletjes gedaan. Dit alles vaak met ondersteuning van het 'touchscreen', een computerscherm dat met een pen of met je vinger te bedienen is. Hierna gaan de kinderen in de klas werken/spelen of buiten spelen.

Om ongeveer 10.30 uur wordt er  in de kring een hapje gegeten en gedonken. Als de kinderen voor het hapje naar buiten zijn geweest komt nu het werken/spelen in de klas aan de orde en andersom.

Tussen de middag neemt een overblijfkracht het van de juf of meester over en er wordt dan met de kinderen een boterham gegeten en gedronken. Na de lunch neemt de overblijfkracht de kinderen mee naar buiten of de kinderen gaan in de klas vrij spelen/werken en de juf of meester neemt het dan weer over .

Om 15.00 uur wordt er een afsluitend liedje gezongen en worden de kinderen bij de buitendeur van de klas opgehaald. 

 

 

Het werken in hoeken.

De groep 1 kinderen zijn vrij om een werkje of spelen te kiezen.
De groep 2 kinderen krijgen steeds vaker een werkje met opdracht.


We letten tijdens het werken op de volgende dingen:

Werkhouding, zelfstandigheid, motivatie en concentratie, fijne motoriek, opruimen en hoe ga je met de materialen in de klas om.

De speelhoek: De kinderen leren d.m.v. het rollenspel om te gaan met de wereld rondom hen. Het sociale aspect is erg belangrijk.

De bouwhoek: De kinderen leren tijdens het bouwen om verhoudingen te zien, te meten etc. Er komen allerlei begrippen aan de orde zoals hoog/laag, meer/minder etc. die van groot belang zijn voor het leren rekenen en lezen.

Zand/watertafel: Zand en water behoren tot de ongevormde materialen. Je kunt er van alles mee doen en er steeds weer nieuwe dingen  van maken.

Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van de motoriek.

Knutselen: Vrij knutselen of met een opdracht. Wat wil je maken? wat heb je nodig? Hoe moet je het bevestigen? Het ontwikkelen van de creativiteit en het oplossen van problemen komt hier aan de orde.

Computerhoek: In iedere groep hangt een touchscreen en worden ten minste twee computers (laptops of tablets) gebruikt. Er staan diverse educatieve programma's op voor de onderbouw namelijk: Bas gaat digitaal, Bas telt mee en Bas kijkt verder. De groep 1 kindern mogen zelf bij een van de drie programma's een spelletje kiezen, en de groep 2 kinderen moeten regelmatig een spelltje van Bas doen die we met een leerlingvolgsysteem kunnen registreren. De kinderen hebben een stickerboekje waar ze zodra een spelletje voldoende is afgerond een sticker in hun boekje mogen plakken.

Op het touchscreen werken de kinderen met de programma's Schatkist Woordenschat en de voorloper van de rekenmethode De Wereld in Getallen. 

Verfwand: De kinderen kunnen met allerlei kleuren verf en verschillende maten kwasten een verftekening maken. Ze mogen de onderwerpen zelf kiezen en soms zit er een opdracht aan vast.

Leesschrijfhoek: Hier komen we tegemoet aan de ontluikende belangstelling voor het lezen en schrijven. De kinderen kunnen hun eigen naam of woordjes stempelen of schrijven, er kunnen voorbereidende schrijfoefeningen gedaan worden en woordjes maken op het magneetbord.

 

 

Het zelfstandig werken in de groepen 1/2.

Dit is een speerpunt op onze school. We zijn hier vorig jaar mee gestart en de komende 3 jaar gaan we ons hierin nog verder ontwikkelen.

Het doel voor de kinderen is het bevorderen van de eigen zelfstandigheid, het zelf initiatieven nemen en het zelf leren plannen van het eigen werk. Ook leren ze hierdoor om te gaan met uitgestelde aandacht.

Het doel van de leerkracht is om tijd te hebben voor een groepje kinderen of individuele kinderen. Hierdoor komt de leerkracht toe aan de gewone of extra instructie, observeren en aan het werken met handelingsplannen.

Om de zelfstandigheid van  de kinderen te bevorderen werken we met het planbord. Het planbord gebruiken we om de kinderen zelf keuzes uit de hoeken en uit materialen te laten maken. Verder deelt de leerkracht regelmatig kinderen in om instructie te geven of en verplichte activiteit uit te voeren.

Het stoplicht geeft aan wanneer de leerkracht aanspreekbaar is en wanneer de kinderen hun probleem zelf of met anderen moeten oplossen.

In de onderbouw werken we 5 keer per week met het stoplicht en staat het minimaal 10 minuten op rood. Dit wordt in de loop van het schooljaar opgebouwd naar 15 tot 20 minuten per keer afhankelijk van de samenstelling van de groep.

Om het voor kinderen overzichtelijk te houden wordt de tijdsduur aangegeven met een symbool op de klok etc. Er wordt van te voren verteld hoe lang er met het stoplicht gewerkt wordt.

Het rode stoplicht betekent dat de juf of meester niet gestoord mag worden en dat je niet van werkje mag wisselen op een enkele uitzondering na zoals het verfbord.

De weektaak wordt door alle oudtste kleuters gedaan en door kinderen die er om de een of andere reden aan toe zijn. We beginnen met 3 taken per week. Dit zijn taken uit verschillende ontwikkelingsgebieden zoals taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotioneel. Het zijn gevarieerde werkjes die de kinderen zelfstandig kunnen doen. Er zit altijd iets creatiefs in een van de opdrachten. Aan het eind van de week horen ze hun weektaak af te hebben. In de loop van het jaar zal er in de weektaak gedifferentieerd gaan worden. Sommige kinderen krijgen meer of moeilijker taken.Ook wordt het duidelijk welke kinderen de taken nog niet aankunnen.

Als de kinderen een taak af hebben mogen ze de weektaak aftekenen met de kleur van de dag. Hierdoor zien we welke kinderen de taken snel afmaken of langzaam maken en leren ze spelenderwijs. de dagen van de week.